Amsterdam staat voor een grote uitdaging. Het klimaat verandert door de alsmaar toenemende uitstoot van CO2. Tegelijk worden fossiele brandstoffen schaarser en neemt de vraag naar energie jaar op jaar toe. Dit heeft ook voor Amsterdammers verstrekkende gevolgen. De woningbouwverenigingen waarschuwen dat mensen in 2015 meer aan energiekosten betalen dan aan huur of hypotheek. In het licht van deze ontwikkelingen formuleerde Amsterdam de doelstelling om in 2025 40% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Ook in de Woonvisie van Amsterdam is deze ambitie overgenomen. Toch blijkt ook dit jaar weer dat de CO2 uitstoot in Amsterdam nog steeds toeneemt en dat er nauwelijks tot geen vorderingen worden geboekt met energiebesparing in bestaande woningen.
In Amsterdam zijn huishoudens verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de CO2 uitstoot. Veel woningen zijn lang geleden gebouwd in een tijd dat er nauwelijks aandacht was voor energiebesparing of isolatie. Daarbij is bij veel oudere woningen sprake van (langdurig) achterstallig onderhoud. Denk hierbij aan slechte funderingen, (brand)gevaarlijke situaties, tochtende kozijnen, loden leidingen of inbraakgevoelige huizen. Stadsdeel Westerpark heeft de handschoen opgepakt en investeert sinds 1998 succesvol in stedelijke vernieuwing met daarbij ook aandacht voor het energiezuiniger maken van woningen.
Een goed voorbeeld van stadsvernieuwing is de Staatsliedenbuurt. Deze wijk is veranderd van een verpauperde buurt in één van de meest geliefde wijken van Amsterdam. Dit blijkt onder andere uit de waardestijging van de woningen. Die was in de Staatsliedenbuurt de afgelopen 10 jaar twee keer hoger dan de rest van Amsterdam. Stadsdeel Westerpark bewijst met de zogenoemde Complexgewijze Aanpak dat als het stadsdeel, woningbouwcorporaties en particuliere eigenaren gezamenlijk investeren in een buurt dit een enorme verbetering van de leefbaarheid, veiligheid en economie betekent waarvan iedereen profiteert! Particuliere woningeigenaren zien hun investering terug in een lagere energierekening, comfortverbetering en een flinke waardestijging van de eigen woning.
Een van de ingrediënten van de succesformule ligt aan het maatwerk dat het stadsdeel levert. De eigenaren worden intensief begeleid. Samen wordt een reëel Meerjaren Onderhoudsplan opgesteld. Zonodig krijgen eigenaren 5 tot 15 de tijd om te investeren in het (achterstallig) onderhoud van de eigen woning en de veiligheids- en isolatiemaatregelen. Voor minder draagkrachtige eigenaren is zelfs een renteloze lening beschikbaar. Het laatste ingrediënt van de succesformule is dat het stadsdeel eigenaren kan dwingen om woningen op te knappen als eigenaren weigeren mee te doen. Van deze dwangoptie hoefde het stadsdeel de afgelopen jaren overigens maar zeer zelden gebruik te maken.
Opmerkelijk is dat er in de aanloop naar de verkiezingen ineens politieke commotie is ontstaan over de toch al 10 jaar oude succesformule. De gemeenteraad vraagt zich af of de aanpak van Westerpark ook door andere stadsdelen toegepast moet worden. De VVD, die de kwestie agendeerde, belichtte de werkwijze van het stadsdeel negatief. Aanvankelijk werkte dat, omdat 'dwang' en 'mensen op kosten jagen' gewoon niet sexy klinkt vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zo lijken verkiezingen goede besluitvorming soms in de weg te zitten.
Gelukkig blijken de meeste andere partijen het succes inmiddels te onderschrijven. GroenLinks was al voor en draagt dit ook met verve uit. De SP ziet de buurt zichtbaar verbeteren. D66 onderschrijft het succes en ziet het verplichtende karakter als een uiterst redmiddel. De PvdA is nog verdeeld, maar de wethouders Gerson en Steenwinkel pleiten voor de aanpak van Westerpark.
Milieucentrum Amsterdam pleit voor stadsbrede toepassing van de succesformule van Westerpark. De hoop is dat raadsleden ook in verkiezingstijd durven te staan voor de door hen zelf geformuleerde klimaat- en energieambities. Isoleren van bestaande woningen is de eerste stap in een zinnig energiebeleid. Als je die kans laat liggen is iedere serieuze klimaatdoelstelling een loze belofte.